Professionele identiteit

Wie ben ik als docent?

Als docent omschrijven collega’s mij vaak als rustig en duidelijk (Hoogendijk, 2026; Nauta, 2026). In mijn lessen probeer ik structuur, duidelijkheid en rust te combineren met persoonlijke aandacht voor leerlingen.

Ik vind het belangrijk dat leerlingen weten waar zij aan toe zijn en zich veilig voelen binnen de les. Tegelijkertijd wil ik toegankelijk zijn voor leerlingen en een positieve sfeer creëren waarin ruimte is voor vragen, humor en fouten maken.

Voor mij is een goede les niet alleen een les waarin hard gewerkt wordt, maar ook een les waarin leerlingen prettig met elkaar omgaan en zich betrokken voelen bij de les. Wanneer leerlingen actief meedoen, vragen stellen en er een goede sfeer in de klas hangt, merk ik dat ik zelf energieker en enthousiaster lesgeef.

Ik denk dat het leraarschap altijd al een beetje in mij heeft gezeten. Toen ik drie jaar oud was las ik op de kinderopvang al voor uit een kinderboek waar helemaal geen tekst in stond. Ik verzon zelf het verhaal erbij. Later begon ik samen met mijn buurmeisje een klein schooltje in de achtertuin waar we kinderen uit de straat bijles gaven op een krijtbord. Mijn ouders noemden mij vroeger daarom ook wel eens een “jufje”.

Daarnaast vond ik het altijd leuk om dingen uit te leggen aan anderen. Ik haal plezier uit het moment waarop iemand iets eerst niet begrijpt en vervolgens ineens zegt: “Oh, nu snap ik het!” Dat gevoel ervaar ik nog steeds tijdens mijn lessen.

Naast het lesgeven heb ik altijd veel interesse gehad in techniek, puzzels en logisch nadenken. Op de basisschool ontdekte ik rekenen en op de middelbare school groeide dat uit tot mijn liefde voor wiskunde. Voor mij voelde wiskunde nooit als een verzameling sommen, maar als een puzzel waarbij je stap voor stap naar een oplossing toewerkt.

Ik wil leerlingen laten ervaren dat wiskunde niet alleen gaat over cijfers, maar ook over logisch nadenken, problemen oplossen en vertrouwen krijgen in je eigen aanpak. Daarom ben ik docent geworden.

Mijn kernwaarden als docent

Binnen mijn ontwikkeling als docent zijn een aantal kernwaarden belangrijk geworden:

  • duidelijkheid
  • rust
  • veiligheid
  • relatie
  • persoonlijke aandacht
  • groei

Deze waarden komen terug in mijn manier van lesgeven. Ik probeer lessen duidelijk op te bouwen, verwachtingen uit te spreken en leerlingen op een rustige manier te corrigeren wanneer dat nodig is.

Daarbij vind ik de relatie met leerlingen belangrijk. Ik geloof niet dat leerlingen alleen moeten luisteren uit angst voor consequenties. Ik wil voorkomen dat ik een docent word die vooral werkt vanuit macht of controle. Leerlingen moeten weten waar grenzen liggen, maar ook voelen dat zij serieus genomen worden.

Mijn belangrijkste waarden zijn duidelijkheid, veiligheid en relatie. Deze waarden zijn niet toevallig ontstaan, maar zijn gevormd door mijn eigen ervaringen als leerling en als persoon.

Duidelijkheid vind ik belangrijk omdat ik zelf graag weet waar ik aan toe ben. Het gaat mij niet zozeer om welke regels er gelden, maar vooral dat regels en verwachtingen helder zijn en dat iedereen zich eraan houdt. Duidelijkheid zorgt voor rust en voorkomt misverstanden. Dit zie ik terug in mijn lessen, maar ook in mijn dagelijks leven.

Veiligheid is voor mij belangrijk omdat ik vroeger als leerling heb ervaren hoe vervelend het kan zijn wanneer een vraag stellen niet vanzelfsprekend voelt. Ik herinner mij dat klasgenoten soms hoorbaar zuchtten wanneer iemand een vraag stelde. Hierdoor realiseerde ik mij later dat ik als docent een klas wil creëren waarin leerlingen zich veilig voelen om vragen te stellen en fouten te maken.

Ook de relatie met leerlingen speelt een grote rol binnen mijn onderwijs. Ik vind het belangrijk dat leerlingen zien dat ik niet alleen docent ben, maar ook mens. Daarom deel ik soms persoonlijke ervaringen en maak ik ruimte voor een gesprek dat niet direct over wiskunde gaat. Tegelijkertijd bewaak ik hierin mijn professionele rol als docent.

Mijn ontwikkeling als docent

Toen ik begon met lesgeven vond ik orde houden het moeilijkst. Ik was in het begin veel bezig met reageren op gedrag wanneer er al onrust was ontstaan.

Tijdens mijn ontwikkeling heb ik geleerd om beter vooruit te kijken en sneller te signaleren wat er gebeurt in het lokaal. Hierdoor kan ik eerder ingrijpen en kleine correcties geven voordat situaties groter worden. Daardoor blijft er meer rust in de klas en hoef ik minder vaak mijn stem te verheffen.

Ik merk dat ik gegroeid ben in klassenmanagement en rust uitstralen. Dit zie ik ook terug in feedback van collega’s en observaties van lessen (Hoogendijk, 2026; Nauta, 2026).

Reflectie: Toen ik begon met lesgeven was ik vooral bezig met reageren op gedrag wanneer er al onrust was ontstaan. Inmiddels merk ik dat ik situaties sneller aanvoel en eerder kan ingrijpen. Hierdoor ervaar ik meer rust in de klas én meer rust bij mezelf. Deze ontwikkeling heeft mijn zelfvertrouwen als docent vergroot.

Leren door mentorschap

Een belangrijke ervaring binnen mijn ontwikkeling was dat ik twee jaar mentor ben geweest van een basisklas in leerjaar 1 en 2 op het Dollard College.

Door het mentorschap heb ik veel geleerd over het opbouwen van relaties met leerlingen. Ik merkte hoe belangrijk vertrouwen, duidelijkheid en betrokkenheid zijn binnen het vmbo.

Juist door leerlingen langere tijd te begeleiden leerde ik beter kijken naar gedrag, motivatie en persoonlijke situaties van leerlingen. Hierdoor ben ik bewuster gaan nadenken over wat leerlingen nodig hebben om goed te kunnen leren.

Deze ervaring heeft mij geholpen om niet alleen naar prestaties te kijken, maar ook naar de leerling als persoon.

Feedback en professionele groei

Tijdens een intervisie met andere startende docenten moest ik een persoonlijk leerdoel formuleren (Koster, L. (2026). Intervisie en professioneel leerdoel). Mijn leerdoel was:

“Een les kunnen beginnen zonder mijn stem te hoeven verheffen.”

Mijn uitdaging hierbij was dat leerlingen direct klaar moesten zitten met hun spullen en stil moesten zijn wanneer de les begon. Mijn zorg was dat de les al chaotisch zou starten, waardoor mijn stemgebruik gedurende de les zou toenemen.

Van collega’s kreeg ik positieve feedback dat ik mij kwetsbaar durf op te stellen naar leerlingen. Daarnaast kreeg ik verschillende praktische adviezen:

  • wachten tot het stil is in plaats van harder praten
  • rustig blijven praten
  • een ander gebaar gebruiken dan stemverheffing
  • namen op het bord schrijven
  • werken met een startopdracht

Het inzetten van een startopdracht werkte voor mij erg goed. Leerlingen konden direct aan het werk wanneer zij binnenkwamen, waardoor de les rustiger begon. Deze ervaring heeft mij geleerd hoe belangrijk routines, structuur en preventief handelen zijn binnen klassenmanagement.

Ik vind het waardevol dat ik feedback van collega’s niet alleen ontvang, maar ook daadwerkelijk uitprobeer en reflecteer op het effect ervan.

Reflectie: Het werken met een startopdracht liet mij zien hoe belangrijk routines zijn binnen klassenmanagement. Ik merkte dat leerlingen rustiger begonnen en sneller zelfstandig aan het werk gingen. Hierdoor realiseerde ik mij dat structuur niet alleen helpt voor leerlingen, maar ook voor mijn eigen rust en vertrouwen voor de klas.

Mijn kwaliteiten

Sterke punten die ik bij mezelf herken zijn:

  • rust uitstralen
  • duidelijke uitleg geven
  • persoonlijke aandacht geven
  • structuur bieden
  • reflecteren op eigen handelen
  • toegankelijk zijn voor leerlingen

Collega’s geven aan dat ik rustig overkom en duidelijk uitleg geef (Hoogendijk, 2026; Nauta, 2026). Leerlingen ervaren mijn lessen vaak als overzichtelijk en voorspelbaar. Dit sluit aan bij mijn visie dat een veilige en rustige leeromgeving belangrijk is voor goed leren.

Mijn ontwikkelpunten

Hoewel ik gegroeid ben in klassenmanagement en lesstructuur, zie ik ook nog ontwikkelpunten binnen mijn professionele identiteit.

Ik wil mij verder ontwikkelen in:

  • differentiatie
  • eigenaarschap bij leerlingen stimuleren
  • lessen starten zonder stemverheffing
  • nog meer rust en routine creëren
  • mijn eigen manier van lesgeven verder ontwikkelen

Daarnaast wil ik sterker worden in het begeleiden van leerlingen naar zelfstandigheid. Vooral binnen het vmbo blijft dit een uitdaging, omdat leerlingen vaak behoefte hebben aan duidelijke begeleiding terwijl ik hen tegelijkertijd meer verantwoordelijkheid wil geven.

Mijn professionele toekomst

Over vijf jaar hoop ik een docent te zijn waarvan leerlingen precies weten wat zij kunnen verwachten. Ik wil dan mijn eigen manier van lesgeven volledig hebben ontwikkeld en nog meer rust uitstralen binnen de klas.

Daarnaast wil ik:

  • minder afhankelijk zijn van stemgebruik
  • sterker zijn in preventief klassenmanagement
  • leerlingen meer eigenaarschap geven
  • digitale middelen effectief inzetten
  • blijven groeien als professional

Ik zie professionele ontwikkeling als een continu proces. Daarom wil ik mezelf blijven uitdagen, feedback blijven vragen en blijven reflecteren op mijn eigen handelen als docent.

Conclusie

Mijn professionele identiteit is gevormd door praktijkervaringen, feedback van collega’s, mentorschap en reflectie op mijn eigen handelen.

Ik heb geleerd dat goed lesgeven niet alleen draait om vakinhoudelijke kennis, maar ook om relatie, rust, duidelijkheid en vertrouwen. Door bewust te blijven kijken naar mijn sterke punten en ontwikkelpunten wil ik mezelf blijven ontwikkelen tot een docent die leerlingen ondersteunt in hun groei, zowel binnen als buiten het vak wiskunde.

Ik hoop dat leerlingen later zeggen dat ik de leuke kanten van wiskunde heb laten zien en dat ik hen echt zag als persoon. Niet iedere leerling zal later enthousiast terugdenken aan wiskunde als vak, maar ik hoop wel dat zij positief terugdenken aan de lessen en de sfeer binnen de klas.

Als leerlingen zich herinneren dat zij bij mij vragen durfden te stellen, zichzelf mochten zijn en hulp konden vragen wanneer dat nodig was, dan heb ik bereikt wat ik belangrijk vind als docent.