Beroepsbeeld & onderwijsvisie

Wie ben ik als docent? 

Ik geef wiskunde op het Vincent van Gogh locatie Salland aan vmbo-leerlingen in klas 1, 2 en 3. Hierdoor heb ik ervaring met zowel onderbouw als bovenbouw binnen het vmbo.

Tijdens mijn ontwikkeling als docent heb ik ontdekt dat ik veel waarde hecht aan drie kernpunten binnen onderwijs:

  • duidelijkheid
  • relatie
  • eigenaarschap

Ik wil een docent zijn die rust en structuur biedt, zodat leerlingen weten waar ze aan toe zijn. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk dat leerlingen zich veilig voelen om vragen te stellen en fouten te maken. Vanuit die veilige basis kunnen leerlingen stap voor stap zelfstandiger worden binnen hun leerproces.

Mijn visie op wiskunde onderwijs

Voor mij gaat goed wiskundeonderwijs verder dan alleen het correct maken van sommen. Ik wil leerlingen leren nadenken over problemen, strategieën kiezen en vertrouwen krijgen in hun eigen kunnen. Deze visie sluit aan bij Freudenthal, die beschrijft dat wiskunde geen verzameling losse regels en trucjes is, maar een activiteit waarbij leerlingen zelf betekenis geven aan wiskundige problemen. Leerlingen leren volgens deze visie niet door procedures uit het hoofd te leren, maar door actief na te denken over oplossingen en verbanden te ontdekken (Freudenthal, 1991).

Veel leerlingen ervaren wiskunde als moeilijk of spannend. Daarom vind ik het belangrijk om lesstof op te delen in kleine, overzichtelijke stappen. Door duidelijke uitleg, herhaling en persoonlijke begeleiding probeer ik leerlingen succeservaringen te laten opdoen.

Daarnaast geloof ik dat leerlingen actief betrokken moeten zijn bij hun leerproces. Ik wil leerlingen niet alleen vertellen wat zij moeten doen, maar hen ook leren begrijpen waarom zij iets doen en hoe zij zelfstandig problemen kunnen aanpakken.

Binnen het vmbo merk ik soms een spanningsveld tussen structuur bieden en zelfstandigheid stimuleren. Leerlingen hebben vaak behoefte aan duidelijke begeleiding, terwijl ik hen tegelijkertijd wil helpen steeds meer eigenaarschap te nemen over hun eigen leren. Dit spanningsveld speelt een belangrijke rol binnen mijn ontwikkeling als docent.

Mijn visie op wiskunde wordt sterk beïnvloed door de manier waarop ik zelf naar problemen kijk. Tijdens mijn schooltijd zei een docent ooit dat je bij een opgave eerst achterover moest leunen en moest nadenken voordat je begon. Deze uitspraak is mij altijd bijgebleven.

Ik realiseerde mij later dat dit niet alleen geldt voor wiskunde, maar ook voor het leven. Wanneer zich een probleem voordoet, helpt het vaak om eerst rustig te analyseren wat er aan de hand is voordat je direct handelt. Deze manier van denken geeft mij rust en helpt mij om overzicht te bewaren in complexe situaties.

Ik hoop dat leerlingen door het vak wiskunde niet alleen leren rekenen, maar ook leren nadenken, plannen maken en problemen op een gestructureerde manier aanpakken.

Visie zichtbaar in de praktijk

Tijdens een lesobservatie (Hoogendijk, (2026). Lesobservatie wiskundeles basis 1) in een eerste klas basisberoepsgerichte leerweg werd zichtbaar hoe mijn visie terugkomt in mijn handelen. Collega Robert Hoogendijk observeerde onder andere een rustige klassensfeer, duidelijke korte instructies, persoonlijke aandacht en weinig lesverstoringen (Hoogendijk, 2026). 

Tijdens de les werd gewerkt vanuit een duidelijke structuur:

  • terugblik op eerdere lesstof
  • benoemen van het lesdoel
  • gezamenlijk inoefenen
  • zelfstandig werken met begeleiding waar nodig

Daarnaast werd benoemd dat ik veel rondloop door de klas en leerlingen individueel extra uitleg geef (Hoogendijk, 2026).   Dit sluit aan bij mijn overtuiging dat leerlingen zich gezien moeten voelen om goed te kunnen leren.

Ook viel tijdens de observatie op dat ik rust creëer door korte correcties en duidelijke verwachtingen uit te spreken (Hoogendijk, 2026). Vooral binnen het vmbo vind ik een veilige en voorspelbare leeromgeving belangrijk.

Tegelijkertijd leverde deze observatie ook een ontwikkelpunt op. Een leerling die klaar was met het werk wist niet goed wat hij daarna kon doen (Hoogendijk, 2026). Hierdoor realiseerde ik mij dat ik mij verder wil ontwikkelen in differentiatie en verrijking voor leerlingen die sneller klaar zijn.

Een voorbeeld hiervan uit mijn lessen is een leerling uit basis 1 die tijdens een hoofdstuk over oppervlakte meerdere keren aangaf dat hij “toch nooit goed zou worden in wiskunde”. Door de opdrachten op te delen in kleinere stappen, extra uitleg te geven en samen succeservaringen op te bouwen, lukte het deze leerling uiteindelijk zelfstandig opdrachten te maken. Dit bevestigde voor mij hoe belangrijk veiligheid, persoonlijke aandacht en positieve ervaringen zijn binnen het vmbo-onderwijs. Deze ervaring sluit aan bij onderzoek van Boaler (2016), die laat zien dat leerlingen beter leren wanneer fouten maken wordt gezien als een normaal onderdeel van het leerproces. Wanneer leerlingen succeservaringen opdoen en ervaren dat zij kunnen groeien door inspanning en oefening, neemt hun vertrouwen in eigen kunnen toe.

Reflectie: Tijdens de lesobservatie realiseerde ik mij dat structuur en rust sterk aanwezig zijn binnen mijn lessen. Tegelijkertijd werd ik mij bewuster van mijn ontwikkelpunt rondom differentiatie. Vooral leerlingen die sneller klaar zijn hebben behoefte aan meer uitdaging en eigenaarschap. Deze observatie heeft mij geholpen om kritischer te kijken naar hoe ik zelfstandigheid binnen mijn lessen stimuleer.

Kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming

Mijn onderwijsvisie sluit aan bij de drie onderwijsdoelen van Biesta: kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming (Biesta, 2015).

Kwalificatie

Binnen mijn lessen ontwikkelen leerlingen kennis en vaardigheden die nodig zijn binnen het wiskundeonderwijs. Leerlingen leren berekeningen maken, strategieën toepassen en problemen oplossen. Daarbij vind ik het belangrijk dat leerlingen begrijpen waarom zij bepaalde stappen zetten en niet alleen een trucje uitvoeren.

Socialisatie

School is voor mij ook een plek waar leerlingen leren samenwerken, omgaan met regels en verantwoordelijkheid nemen. Binnen mijn lessen probeer ik duidelijke verwachtingen te creëren en leerlingen respectvol met elkaar te laten samenwerken.

Persoonsvorming

Persoonsvorming speelt voor mij een belangrijke rol binnen onderwijs. Ik wil leerlingen helpen zelfvertrouwen op te bouwen en te ervaren dat fouten maken onderdeel is van leren. Vooral bij wiskunde zie ik regelmatig dat leerlingen onzeker zijn over hun eigen kunnen. Ik wil leerlingen laten ervaren dat zij door inzet, oefening en begeleiding verder kunnen groeien.

 

Hoewel kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming allemaal belangrijk zijn, merk ik dat persoonsvorming voor mij het zwaarst weegt. Natuurlijk wil ik dat leerlingen slagen voor wiskunde, maar uiteindelijk vind ik het belangrijker dat zij leren zelfstandig keuzes te maken, verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen ontwikkeling en hulp durven vragen wanneer dat nodig is.

Ik zie dit als een belangrijke voorbereiding op deelname aan de maatschappij. Wanneer leerlingen later weten hoe zij problemen kunnen aanpakken, hulp kunnen inschakelen wanneer dat nodig is en vertrouwen hebben in hun eigen kunnen, dan heb ik als docent iets waardevols bijgedragen aan hun ontwikkeling.

Digitalisering binnen onderwijs en maatschappij

Digitalisering speelt een steeds grotere rol binnen onderwijs en maatschappij. Leerlingen groeien op in een wereld waarin technologie, sociale media en kunstmatige intelligentie voortdurend aanwezig zijn (Rijksoverheid, z.d.). Daarom vind ik het belangrijk dat onderwijs leerlingen voorbereidt op deze veranderende samenleving.

Binnen mijn lessen maak ik gebruik van digitale middelen wanneer deze bijdragen aan het leerproces. Tijdens een lesobservatie werd bijvoorbeeld benoemd dat ik het digibord snel en duidelijk inzet tijdens mijn uitleg.   Voor mij is technologie geen doel op zich, maar een hulpmiddel om structuur, overzicht en begrip te vergroten.

Binnen het wiskundeonderwijs zie ik veel kansen voor digitalisering. Digitale middelen kunnen leerlingen ondersteunen bij:

  • visualiseren van abstracte begrippen
  • oefenen op eigen niveau
  • directe feedback ontvangen
  • formatief evalueren
  • vergroten van motivatie en betrokkenheid

Daarnaast vind ik het belangrijk dat leerlingen kritisch leren omgaan met technologie en AI. Door de snelle ontwikkeling van kunstmatige intelligentie verandert de maatschappij voortdurend. Leerlingen moeten daarom niet alleen leren hoe zij technologie gebruiken, maar ook leren nadenken over betrouwbaarheid, afhankelijkheid en verantwoordelijkheid.

Als docent wil ik blijven onderzoeken hoe digitale middelen het onderwijs kunnen versterken zonder dat de relatie tussen docent en leerling verloren gaat. Juist binnen het vmbo vind ik persoonlijke aandacht, duidelijkheid en begeleiding essentieel.


Mijn persoonlijke visie op digitalisering

Mijn interesse in technologie is al op jonge leeftijd ontstaan. Ik hield van techniek, bouwen met LEGO, puzzelen en het oplossen van problemen. Ook nu ben ik nog altijd nieuwsgierig naar nieuwe technologische ontwikkelingen. Daarom zie ik veel kansen in digitalisering binnen het onderwijs.

Tegelijkertijd geloof ik dat technologie altijd een middel moet blijven en nooit een doel op zichzelf mag worden. Ik vind het belangrijk dat leerlingen leren kritisch na te denken over de informatie die zij tegenkomen. Door de opkomst van kunstmatige intelligentie wordt het steeds makkelijker om antwoorden te vinden, maar juist daardoor wordt het belangrijker om vragen te stellen over betrouwbaarheid, verantwoordelijkheid en kritisch denken.

Ik vind dit belangrijk omdat ik leerlingen wil voorbereiden op een maatschappij waarin technologie een steeds grotere rol speelt. Tegelijkertijd wil ik voorkomen dat leerlingen afhankelijk worden van technologie of stoppen met zelf nadenken. Daarom zie ik het als mijn taak om leerlingen niet alleen te leren hoe zij technologie gebruiken, maar ook wanneer en waarom zij technologie inzetten.

Juist binnen het vmbo blijft de relatie tussen docent en leerling voor mij centraal staan. Technologie kan ondersteunen bij leren, maar kan persoonlijke aandacht, vertrouwen en begeleiding nooit vervangen.

Reflectie: Ik merk dat ik nieuwsgierig ben naar de mogelijkheden van digitalisering en AI binnen het onderwijs. Tegelijkertijd wil ik kritisch blijven kijken naar de rol van technologie binnen het vmbo. Voor mij blijft de relatie tussen docent en leerling belangrijker dan het gebruik van digitale middelen.

Onderwijs in internationale context: Denemarken

Bij het ontwikkelen van mijn onderwijsvisie heb ik gekeken naar het onderwijs in Denemarken.

Wat mij aanspreekt in het Deense onderwijs is dat er veel aandacht is voor:

  • zelfstandigheid
  • samenwerking
  • vertrouwen tussen docent en leerling
  • leerlingparticipatie

In Denemarken ligt de nadruk minder op alleen prestaties en toetsen, en meer op brede ontwikkeling en verantwoordelijkheid nemen voor het eigen leerproces (Nuffic, z.d.). Leerlingen worden actief betrokken bij lessen en leren al vroeg zelfstandig keuzes maken.

Deze visie sluit goed aan bij hoe ik zelf naar onderwijs kijk. Ook ik wil leerlingen begeleiden naar meer zelfstandigheid, zonder de structuur los te laten die vmbo-leerlingen vaak nodig hebben.

Daarnaast spreekt de sterke relatie tussen docent en leerling mij aan. In mijn eigen lessen probeer ik toegankelijk te zijn voor leerlingen, persoonlijke aandacht te geven en een rustige sfeer te creëren waarin leerlingen vragen durven stellen.

Uit het Deense onderwijs neem ik mee dat goed onderwijs niet alleen draait om cijfers en prestaties, maar ook om motivatie, vertrouwen en persoonlijke ontwikkeling.

Mijn plek binnen de schoolorganisatie

Binnen het Vincent van Gogh voel ik mij thuis. Dit komt vooral door de open en ondersteunende cultuur binnen de school. Collega’s zijn bereid om mee te denken, feedback te geven en elkaar te helpen. Als startende docent ervaar ik veel begeleiding, onder andere door intervisies, gesprekken met de schoolopleider en de toegankelijkheid van mijn teamleider.

Daarnaast waardeer ik dat er ruimte is voor eigen initiatief. Ik krijg de mogelijkheid om mee te denken over verbeteringen binnen de school en nieuwe ideeën aan te dragen. Zo mag ik komend schooljaar een rol spelen binnen de ontwikkeling van digitale geletterdheid, een onderwerp waar mijn interesse sterk naar uitgaat.

Wat goed bij mij past binnen deze school is dat ik veel verschillende interesses heb. Naast wiskunde houd ik van sport, technologie en nieuwe ontwikkelingen. Ik ervaar binnen de school ruimte om deze interesses in te zetten en verder te ontwikkelen.

Mijn beroepsbeeld

Mijn beeld van een goede tweedegraads wiskundedocent is iemand die:

  • structuur biedt
  • leerlingen serieus neemt
  • vakinhoud begrijpelijk maakt
  • leerlingen begeleidt naar zelfstandigheid
  • samenwerkt met collega’s
  • blijft reflecteren op eigen handelen

Ik zie mezelf niet alleen als iemand die kennis overdraagt, maar ook als begeleider van het leerproces van leerlingen. Daarbij vind ik het belangrijk om een veilige leeromgeving te creëren waarin leerlingen zich kunnen ontwikkelen op cognitief, sociaal en persoonlijk gebied.

Binnen mijn verdere ontwikkeling wil ik mij blijven verdiepen in differentiatie, formatief handelen en het inzetten van digitale middelen binnen het wiskundeonderwijs. Ook wil ik mij verder ontwikkelen in het stimuleren van eigenaarschap bij leerlingen, zodat zij steeds zelfstandiger leren werken.

Voor mij gaat de waarde van wiskunde veel verder dan het maken van berekeningen. Wiskunde leert leerlingen om eerst rustig naar een probleem te kijken, na te denken over mogelijke oplossingen en vervolgens bewust een strategie te kiezen.

Dat is niet alleen belangrijk binnen het vak, maar ook in het dagelijks leven. Ik zie regelmatig dat mensen vanuit paniek of haast keuzes maken waar zij later spijt van krijgen. Wiskunde leert leerlingen juist om eerst te analyseren voordat zij handelen.

Daarom zie ik wiskunde als een vak dat leerlingen voorbereidt op het oplossen van problemen binnen en buiten school. Wanneer leerlingen leren om logisch te denken, verschillende oplossingsstrategieën te overwegen en door te zetten wanneer iets niet direct lukt, ontwikkelen zij vaardigheden waar zij hun hele leven profijt van hebben.

Conclusie

Mijn onderwijsvisie is gebaseerd op duidelijkheid, relatie en eigenaarschap. Ik wil wiskundeonderwijs geven waarin leerlingen zich veilig voelen om fouten te maken, structuur ervaren en stap voor stap meer vertrouwen krijgen in hun eigen kunnen.

Door persoonlijke aandacht, duidelijke instructie en reflectie op mijn eigen handelen probeer ik leerlingen niet alleen beter te leren rekenen, maar ook zelfstandiger en zelfverzekerder te maken.

Ik zie onderwijs als meer dan alleen kennisoverdracht. Goed onderwijs helpt leerlingen groeien als leerling én als persoon.